Johannes 6:1-14: "[1] Daarna ging Jezus naar de overkant van het Meer van Galilea (ook wel het Meer van Tiberias genoemd). [2] Een grote menigte mensen volgde Hem, omdat ze gezien hadden welke tekenen Hij bij zieken verrichtte. [3] Jezus ging de berg op, en ging daar met zijn leerlingen zitten. [4] Het was kort voor het Joodse pesachfeest. [5] Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar Hem toe kwam, vroeg Hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ [6] Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist Hij al wat Hij zou gaan doen. [7] Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd penningen zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’ [8] Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei: [9] ‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen – maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?’ [10] Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’ Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mensen. [11] Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zo veel als ze wilden. [12] Toen iedereen volop gegeten had zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’ [13] Dat deden ze en ze vulden twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten. [14] Toen de mensen het teken zagen dat Hij verricht had, zeiden ze: ‘Hij moet wel de profeet zijn die in de wereld zou komen.’"
Jezus vertrekt na allerlei genezingen te hebben verricht naar de overkant van het Meer van Galilea. Een grote menigte volgt Hem omdat ze Hem allerlei wonderen hebben zien doen en ze graag meer van Jezus' wonderen willen zien. Jezus gaat de berg op samen met Zijn discipelen. Jezus ziet dat een grote menigte Hem is gevolgd en vraagt aan Filippus (één van Zijn discipelen) hoe ze deze mensen allemaal te eten moeten geven. Het Joodse Pesachfeest is namelijk aangebroken.
Maar Jezus wist allang wat Hij zou gaan doen. Waarom vraagt Hij dit aan Filippus? Hij vraagt dit om Filippus op de proef te stellen. Jezus wil zien hoe ver het geloof in Hem al is ingedrongen bij Filippus. Jezus weet het antwoord van Filippus al, maar Hij wil Filippus zelf laten inzien wat voor geloof hij heeft in Hem. Zulke vragen stelt Jezus ook wel eens aan ons. Sterker nog: Hij legt je die vraag nu voor. Hoe staat het met je geloof in Jezus Christus? Geloof je dat Hij echt wonderen kan doen? En nog belangrijker: Geloof je ook echt dat Jezus voor jou de dood in is gegaan om te sterven en op te staan voor jouw zonden? Misschien zeg je: "Ja, maar ik geloof wel!" Dat is mooi. Maar geloof je het ook voor jezelf? Het punt dat Jezus wil maken is je laten nadenken of je gelooft in een persoonlijke relatie met Hem. En dat begint bij geloven dat Hij echt aan het kruis is gegaan voor jou!
Andreas, een andere discipel van Jezus, komt naar Jezus toe. Hij neemt een jongeman mee die vijf broden en twee vissen voor Jezus heeft. Een mooi kenmerk van de discipel Andreas is dat hij andere mensen bij Jezus brengt. Ik denk dat de toepassing voor jou op dit stukje al duidelijk voor je is.
Helaas denkt Andreas ook te werelds, ook hij maakt een vergelijking. Hij weegt de hoeveelheid eten dat ze hebben gekregen op tegen het aantal mensen die ze moeten voeden, en hij concludeert dat het nooit gaat lukken om alle mensen eten te geven. Andreas vergeet de macht en kracht van Zijn Meester. Daarom komen de vijf broodjes van de jongeman ook niet in aanmerking volgens Andreas.
En toch wil Jezus de vijf broodjes en twee visjes van deze jongeling gebruiken om tot zegen te zijn voor al die duizenden mensen. Vind je dat niet bijzonder? Jezus gebruikt datgene wat wij aan Hem geven, al is dat niet veel. Zelfs al geloven wij niet dat het iets voorstelt in het licht van wat er nodig is. Jezus wil je gebruiken voor Zijn dienst. Nee, niet iedereen hoeft dominee of spreker te worden, maar Hij vraagt van je om een lichtje te zijn in een donkere wereld. Laat Zijn liefde zien in heel je leven, in alles wat je doet, alles wat je zegt, alles wat je denkt. Op die manier kan de Heere jou gebruiken om andere mensen tot Jezus te brengen.
Geloof je het niet? Lees de verzen hierna maar eens wat Jezus deed met die vief miezerige broodjes en twee stukjes vis. Hij vermenigvuldigt ze zoveel dat al die duizenden mensen verzadigd zijn en dat er nog twaalf manden over zijn! Dat is de macht van Jezus die vandaag nog steeds dezelfde is. Hij heeft vanavond een vraag voor je, een belangrijke vraag: "Wil jij in een donkere wereld, vol onrust en geweld, een brandend lichtje tot Mijn eer zijn?"