Johannes 14:1: "Laat uw hart niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij."
Jezus heeft met zijn discipelen de paasmaaltijd gevierd. Ze zijn aan het einde van de maaltijd gekomen en er zijn een aantal bekende gebeurtenissen geschied. Jezus heeft de voeten van de discipelen gewassen, Judas is ontmaskerd als verrader van Jezus en heeft de groep discipelen verlaten. Ook is de verloochening van Petrus voorzegd, die later die avond zal plaatsvinden.
Het moment is gekomen, Jezus moet gaan lijden. Maar niet voordat Hij zijn discipelen onderwijs heeft gegeven. Na de voorspelling van de verloochening door Petrus geeft Jezus bemoedigende woorden mee aan de discipelen. Hij begint met: "Laat uw hart niet ontroerd worden. U gelooft in God, gelooft ook in Mij."
Het is grappig om te zien hoe groot het verschil is tussen de onderwerpen die Jezus in dit hoofdstuk behandelt ten opzichte van de laatste verzen van hoofdstuk 13. Daar voorspelt Jezus namelijk de verloochening van Petrus en dat gaat er best wel heftig aan toe. Wat Petrus gaat doen, laat goed zien hoe groot de onmacht van het vlees is om ook maar in één opzicht trouw te zijn aan Jezus' geboden, hoe goed de bedoelingen ook zijn.
Tegenover deze ontrouw en dit falen van het vlees geeft Jezus 7 vertroostingen in dit hoofdstuk om mee te nemen voor de discipelen, maar ook voor ons.
- Als Hij niet meer bij de discipelen is, kunnen ze zich in het geloof tot Hem richten, zoals ze in God geloven (vers 1).
- Hij gaat heen om voor hen een plaats in het Vaderhuis te bereiden (vers 2).
- Hij zal Zelf terugkomen om hen op te halen om daar te zijn waar Hij is (vers 3).
- Tot die tijd zullen ze de volle openbaring van de Vader in Hem ontvangen (verzen 4-12).
- Tot die tijd zullen ze in de wereld Zijn vertegenwoordigers zijn, waarbij zij met het gezag van Zijn Naam mogen bidden en daarom verhoord zullen worden (verzen 13-14).
- In die tijd zal de Heilige Geest komen om met hen te zijn als Trooster en Onderwijzer (verzen 15-26).
- Hij geeft hun Zijn vrede (verzen 27-31).
Jezus is door het zien van de zonde en de gevolgen daarvan Zelf meerdere keren ontroerd geweest. Nu zegt Hij tegen Zijn discipelen dat hun harten niet ontroerd (dat wil zeggen: niet heftig bewogen) hoeven te worden. Jezus weet wat Hij zal doen en wat de gevolgen van Zijn werk zullen zijn en dat de discipelen daarin zullen mogen delen. Jezus zegt het vandaag ook tegen jou: ‘Mijn kind, laat je hart nou niet ontroerd worden, want Ik ben uit de dood opgestaan. Ook voor jouw zwakke vlees.’ Jezus weet wat Hij heeft gedaan en wat Hij gaat doen, wij mogen leven uit die genade. Jezus heeft tegen Zijn discipelen gezegd dat Hij van hen zal heengaan. Dat zal de discipelen verdrietig maken, maar Hij wil hun harten blijvend op Hemzelf richten.
Hoewel Jezus niet meer lichamelijk bij hen aanwezig zal zijn is Hij er nog wel, en dat op dezelfde manier als God de Vader. Ze geloven in Hem, maar ze zullen op een heel nieuwe manier in Hem moeten gaan geloven. Hij zal namelijk, net zoals God altijd een voorwerp van geloof is geweest zonder Hem ooit gezien te hebben, ook een voorwerp van geloof worden als ze Jezus niet meer zullen zien. Hij zal wel van hen heengaan, maar toch zal Hij er zijn, evenals de Vader er is. Ze zullen Hem niet meer zien, maar in Hem blijven geloven en Hem liefhebben.
En wij? Hoe zit het met ons? Geloven wij ook? Het tijdperk van geloof is aangebroken. En het komt er nu op aan om een keuze te maken in je leven. God roept je, Hij nodigt je uit om samen met Hem voor eeuwig te mogen leven in alle heerlijkheid. Sla je die uitnodiging af? Dan is er alle reden om met je hart in ontroering te raken omdat de Levende God dan tegen je zegt: Ik heb u nooit gekend. Wacht daarom niet langer! Schuil achter het bloed van Jezus en word behouden. Geloof jij dit ook?